Den Haag, schud je veren op!


Den Haag moet dagjesmensen meer verleiden

Opinie artikel in verkorte versie verschenen in Den Haag Centraal op 14 januari 2016

Het doet toch wel een beetje pijn. Rotterdam heeft Den Haag gepasseerd in het aantal binnenlandse en buitenlandse bezoekers. Uit de nieuwe cijfers van de Toerismemonitor blijkt dat Rotterdam nu na Amsterdam de meeste bezoekers trekt. Ook Den Haag groeit nog, maar vooral de binnenlandse groei is in de andere grote steden groter.

Het feit dat dagjesmensen meer voor andere steden kiezen dan Den Haag baart ons zorgen. Als trotse Hagenaars zien wij natuurlijk volop aanleiding om de Hofstad te komen bezoeken. Het Mauritshuis, de Haagse Markt, de zee, het gezellige centrum, de statige lanen en paleizen en de vele evenementen zijn stuk voor stuk visitekaartjes voor onze stad.

Maar over die ietwat gekrenkte trots komen we nog wel heen. Wij zien in de cijfers een groter risico opdoemen. Toerisme is voor Den Haag al jaren een belangrijke bron van werkgelegenheid. Meer dan 10% van de Hagenaars heeft een baan dankzij de bezoekers uit binnen- en buitenland die dagelijks onze stad bezoeken. En het mooie aan deze banen, is dat ze nu en in de toekomst hun waarde behouden. Want veel banen kunnen digitaal, maar iedereen wil hartelijk welkom geheten worden in het hotel door een echte receptionist, en wie zou er bij een robotbarman aan de bar gaan zitten? Een stadswandeling met iemand die al je vragen kan beantwoorden, blijft altijd leuker dan een audiotour.

Maar welke stappen moeten we dan gaan zetten? De binnenstad verdient extra aandacht nu we zien dat steeds meer winkels het hoofd niet meer boven water kunnen houden; de verbouwing van het Binnenhof zal geen positief effect hebben en de concurrentie van andere steden neemt niet af. Hoog tijd om lessen te trekken uit het succes van Rotterdam en de focus op toerisme op te schroeven. Niet omdat ‘wie krijgt de meeste toeristen’ een wedstrijdje is, maar omdat het toerisme banen oplevert voor iedereen in de stad.

De feiten

In de Toerismemonitor kwamen een aantal opmerkelijke zaken naar voren. We lezen dat een rondleiding over het Binnenhof de afgelopen jaren één van de sterkst groeiende toeristische attracties was. Jaarlijks leren 158.000 duizend mensen over de parlementaire geschiedenis en zien dit mooie gedeelte van het centrum. Veel schoolklassen natuurlijk, maar ook veel toeristen en dagjesmensen die speciaal hiervoor naar Den Haag komen. Blijven die nog komen als het Binnenhof straks vijf jaar op slot gaat? De twee jaar durende verbouwing van het Mauritshuis betekende dat ruim 250.000 mensen per jaar zich niet aan de Hofvijver melden voor een bezoek.

Ondanks dat Den Haag de afgelopen twee jaar bekroond werd als “Beste Binnenstad” geven steeds minder mensen aan dat ze naar Den Haag komen om te gaan “funshoppen”. Met het verdwijnen van sommige winkels wordt het nog een stukje rustiger in de stad en dat zal niet zorgen voor extra bezoekers. Wat zal dat doen voor het winkelaanbod en wat zal dat betekenen voor al die Hagenaars die in de winkels werken. De medewerkers van V&D zijn hun jaar in al in onzekerheid begonnen.

Kansen

Het wereldwijde toerisme groeit sterk. Met het stijgen van de economische welvaart in bijvoorbeeld China en India bezoeken meer en meer inwoners uit die landen de rest van de wereld. Je ziet dan ook steden uit de hele wereld over elkaar heen duikelen om mogelijke bezoekers te laten zien dat zij de perfecte stad zijn voor een stedentrip. Amsterdam staat al jarenlang ver boven alle andere steden van Nederland in populariteit voor een bezoek. Rotterdam stond de afgelopen tijd regelmatig op de lijstjes als moderne, onontdekte bestemming. En met de prachtige nieuwe architectuur zoals het nieuwe Centraal Station en de Markthal is het logisch dat mensen dat eens met eigen ogen willen bekijken. Als Den Haag moeten we kijken waar het Rotterdamse succes vandaan komt. En dat is: doen waar je goed in bent. Rotterdam maakt goed gebruik van zijn status als moderne en ruige stad door op die manier te bouwen en evenementen aan zich te verbinden.

In Den Haag zetten we sinds jaren in op ons profiel als internationale Stad van Vrede en Recht. En dat werkt: veel bedrijven vestigen zich hier en door de internationale sfeer voelen mensen uit de hele wereld zich hier thuis. Het Vredespaleis is een echte publiekstrekker: de afgelopen vier jaar steeg het aantal bezoekers aan het bezoekerscentrum van het Vredespaleis van 25.000 tot 113.000 bezoekers.

Wat ons daarnaast als Den Haag uniek maakt, is onze ligging aan zee en onze koninklijke geschiedenis. De nieuwe plannen van het college om Scheveningen een grote opknapbeurt te geven, zijn dan ook hoognodig en bieden vele kansen om Den Haag nog meer als ‘stad aan zee’ op de markt te zetten. Zo zorgen we ervoor dat mensen uit ons land maar ook daarbuiten voor Den Haag kiezen voor een dagje strand of een strandvakantie gecombineerd met een bezoek aan een van onze topmusea. De ideeën om rond het Lange Voorhout een museumkwartier te ontwikkelen juichen wij dan ook van harte toe. Daarnaast kwam D66 afgelopen jaar met een actieplan Koninklijk Toerisme om ons koninklijke karakter nog meer te benadrukken. Het openen de paleizen zou fantastisch helpen, maar in de tussentijd kunnen we in ieder geval de informatievoorziening verbeteren en een ‘Kroontjesroute’ uitzetten door de stad zodat mensen op eigen houtje of met een gids de koninklijke geschiedenis kunnen verkennen.


Kortom, Den Haag heeft ontzettend veel te bieden aan al haar bezoekers. Het wordt nu zaak om alle niet-Hagenaars weer kennis laten maken met onze prachtige stad. D66 heeft daarbij al vaak gepleit voor een stevig filmbeleid waarbij Den Haag als decor voor film, serie of talkshow met haar prachtige gebouwen, vergezichten en mensen de hoofdrol opeist. Zo verleid je mensen weer om naar Den Haag te komen. Maar ook de samenwerking met de steden in de buurt kan nog veel beter. De afstand naar Delft en Rotterdam vanaf Den Haag is voor veel buitenlandse toeristen niet verder dan een metroritje binnen hun eigen stad. ’s Ochtends als eerste naar Mauritshuis, ’s middags naar de Markthal en ’s avonds een mooie rondvaart over de Delftse grachten en eindigen met een drankje en een dansje op de Haagse Grote Markt. Dat is niet alleen leuk voor de bezoekers maar ook voor alle Hagenaars die dankzij het toerisme een baan hebben.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.