ABN AMRO kwam deze week met een opvallende conclusie: Nederland bouwt te veel eengezinswoningen. Dat klinkt bijna als vloeken in de kerk. Want als je Nederlanders vraagt naar hun ideale woning, dan verschijnt steevast hetzelfde beeld: een huis met een tuin mét trampoline, een extra kamer en het liefst een eigen oprit.
Maar de vraag is of dat nog het juiste vertrekpunt is voor ons woonbeleid. Natuurlijk, de woonwensen van mensen doen ertoe. Wonen is persoonlijk. Een huis is veel meer dan een stapel stenen. Maar woningbouw gaat ook over het gebruik en inrichting van ons land waarin ruimte schaars is. En juist daar wringt het.
In de dichtbevolkte delen van Nederland, van de randstad tot steden in het hele land is ruimte simpelweg een schaars goed geworden. Iedere hectare die we bebouwen kan maar één keer worden gebruikt. Voor woningen, natuur, waterberging, energie, landbouw of bedrijvigheid. Wie in die gebieden vooral grondgebonden woningen blijft bouwen, verbruikt veel ruimte voor relatief weinig woningen.
Dat betekent niet dat we overal woontorens van tweehonderd meter moeten neerzetten. Integendeel. In het debat over verdichting lijken er soms maar twee smaken te bestaan: het rijtjeshuis of de wolkenkrabber. Terwijl de meest succesvolle woonwijken van Europa juist daartussen zitten.
Afgelopen zomer bezocht ik Stockholm, een stad die al veel langer nadenkt over de relatie tussen wonen, mobiliteit en ruimtegebruik. Tijdens gesprekken over stedelijke ontwikkeling en de werkbezoeken aan wijken zoals Norra Djurgårdsstaden en Hammarby Sjöstad viel mij op hoe vanzelfsprekend appartementenbouw daar is geworden. Geen grondgebonden woningen in deze buitenwijken maar appartementen van 4 tot 7 lagen met groene binnentuinen, goede voorzieningen en uitstekend openbaar vervoer. Een duidelijke keuze van het stadsbestuur om goede woningen in een mooie omgeving te bouwen met een prettige dichtheid die zorgt voor goed openbaar vervoer en veel voorzieningen.
Een vergelijkbare benadering zien we in Wenen in Aspern Seestadt en het Nordbahnhofviertel, waar appartementen de norm zijn en waar tegelijkertijd de leefkwaliteit structureel tot de hoogste ter wereld behoort omdat men heeft gezocht naar een vorm die kwaliteit combineert met efficiënt ruimtegebruik.
Dat brengt ons bij een ongemakkelijke vraag. Moeten we bouwen voor wat mensen vandaag denken te willen? Of moeten we bouwen voor wat uiteindelijk een goede woonomgeving oplevert? Henry Ford verwoordde dat ooit treffend: “Als ik mensen had gevraagd wat ze wilden, hadden ze gezegd: snellere paarden.”Woonwensen zijn namelijk niet statisch. Ze worden gevormd door wat we kennen. Generaties Nederlanders groeiden op met het idee dat een succesvolle wooncarrière eindigt in een ruime eengezinswoning. Maar de samenleving verandert. Huishoudens worden kleiner. De bevolking vergrijst. En de komende jaren zullen bovendien veel grondgebonden woningen vrijkomen doordat de babyboomgeneratie haar huizen verlaat. De grootste schaarste zit inmiddels niet meer in eengezinswoningen, maar in betaalbare woningen voor starters, alleenstaanden, ouderen en jonge gezinnen die dicht bij werk, onderwijs en voorzieningen willen wonen.
In landelijke regio’s ligt het verhaal overigens anders. Daar is ruimte vaak minder schaars en kunnen grondgebonden woningen samen met kleine appartementen aan de centrumrand voor senioren en starters juist bijdragen aan de leefbaarheid van dorpen en kleine steden Het zou onverstandig zijn om voor heel Nederland één blauwdruk te hanteren.
Maar in de grote stedelijke regio’s moeten we eerlijk zijn. Als we daar blijven bouwen alsof ruimte onbeperkt is, lossen we de woningnood niet op. Dan bouwen we vooral schaarste in.
De echte opgave is daarom niet om mensen een kleiner leven te laten leiden. De opgave is om betere buurten te bouwen met meer gedeelde ruimte met groen en voorzieningen. Buurten waar kinderen veilig kunnen spelen, waar voorzieningen op loopafstand liggen, waar openbaar vervoer vanzelfsprekend is en waar een appartement niet voelt als een compromis, maar als een aantrekkelijke woonkeuze.
Want uiteindelijk bouwen we niet alleen huizen. We bouwen de samenleving van morgen.